±8.00-9.00uur Haren en Make-up doen/Kinderen hun haren doen
9.00 uur Bruidegom haalt Bruidsboeket en andere benodigheden op bij de bloemist
±12.00uur Trouwjurk aantrekken en Kids ook Kleding aan
±12.00-12.30uur Daggasten verzamelen bij Jayne (zuster van de Bruid)
±13.15uur De Bruidegom wordt op gehaald door de limousine 
en fotograaf
±13.30uur De Bruid en Bruidsmeisje worden door de Bruidegom en
Bruidsjonker opgehaald.
14.00uur Huwelijksvoltrekking in Gemeentehuis te Leiden
±14.30/14.45uur Naar buiten waar de familie en gasten staan
15.00uur Kerkelijke inzegening van ons huwelijk
±16.00uur Fotosessie 
Familie en Daggasten naar de feestzaal SSL,Eksterpad 6 te Leiden(Merenwijk)
±19.30/20.00uur Begin Receptie met taart en daarna gaat het feest pas beginnen!
±23.30/24.00uur Moet de zaal leeg zijn
Om twee uur 's-Middags worden wij en alle gasten verwacht in het monumentale stadhuis van Leiden alwaar de
ambtenaar van de burgelijke stand ons in de echt zal verbinden.
Dit stadhuis heeft een zeer rijke history en is misschien wel het vermelden waard.
Voor zover valt na te gaan had Leiden al in 1350 een Stadhuis, maar toen heette het nog raadhuis. Dit raadhuis bestond uit een hal, een vergaderkamer en een toren.
Dit stadhuis brandde af in 1381 en er is niets van bewaard gebleven
In de jaren die volgden werd het stadhuis steeds her- en verbouwd. Dit omdat het stadsbestuur zich steeds meer uitbreidde. De instelling van het College der Veertigraden, een voorloper van de huidige gemeenteraad, in 1449 vroeg om meer vergaderruimte. En niet alleen dit college had ruimte nodig, ook de schepenen en de vierschaar, de vier burgemeesters, hadden behoefte aan ruimte om te beraadslagen. Voor de uitbreiding van het stadhuis werden diverse huizen uit de buurt aangekocht. Zo werden onder andere de huizen van Alijt Trompers en buurman Wermbout Janszoon bij het stadhuis getrokken. Het huis van Wermbout is op de stadhuistekening van 1587 nog duidelijk te zien. Na het beleg van de Spanjaarden, in 1574, kwam de textielnijverheid tot bloei en daarmee ook de stad. Het stadhuis moest hiervan getuigen. Lieven de Key, de stadsteenhouwer van Haarlem, ontwierp een nieuwe gevel voor de Breestraatzijde van het stadhuis. Deze man is geen onbekende trouwens, want hij ontwierp ook het stadhuis van Haarlem en de Waag van Gouda. Na twee jaar bouwen bezat Leiden Nederlands langste Renaissancegevel.
In de Hollandse gouden eeuw (de zeventiende eeuw) onderging ook het interieur allerlei verfraaiingen. Tal van vooraanstaande kunstenaars kregen de opdracht de verschillende kamers van het stadhuis representatief te maken. Zo schilderde Jan Lievens een schoorsteenstuk voor de vergaderkamer van de Grote Vroedschap, het stedelijk bestuurscollege dat nu de gemeenteraad heet. Ferdinand Bol schilderde een stuk over het bestuur van de stad voor de burgemeesterskamer. Aan het plafond werden de wapens van de in 1662 regerende burgemeesters aangebracht. Vervolgens werden de kamers van de vier burgemeesters en de grotere colleges, zoals het Gerecht, luxueus aangekleed met wandkleden met ingewerkte figuren, gobelins genaamd.
De brand van 1929
Het stadhuis brandt....
Dit nieuws ging op de ochtend van 12 februari 1929 als een lopend vuurtje door de stad. Op deze dag werd in een tijdsbestek van nauwelijks drie en een half uur een prachtig bouwwerk, met daarin al haar kunstschatten, verwoest. 
In verband met de hevige vorst, 18 graden onder nul, waren de kachels in het stadhuis blijven branden. Eén kachel brandde echter door...
De brand werd ontdekt door de dienstdoende nachtwaker. Deze waarschuwde de brandweer die onmiddellijk uitreed met beide spuiten. Maar het was al een verloren zaak. De wind joeg de vlammen door de ramen en gangen van het stadhuis. Het was te gevaarlijk om nog naar binnen te gaan. Uiteindelijk kon men alleen nog maar proberen te voorkomen dat de brand zich uitbreidde naar de omliggende panden. Omstreeks acht uur in de morgen van 13 februari was, mede dankzij de hulp van de brandweer uit Leiderdorp, Oegstgeest, Den Haag en Voorschoten, alle gevaar voor uitbreiding geweken. Het stadhuis was een troosteloze ruïne. Donderdag 14 februari bezochten koningin Wilhelmina en prins Hendrik de plaats van de stadhuisbrand. Uit het hele land kwamen reacties van medeleven.
direct na de Huwelijksvoltrekking in het stadhuis gaan wij naar de Hartebrugkerk aan de Haarlemmerstraat. Daar zal pastoor A.P.G.M. Peters ofm. de Huwelijksbevesting doen.
Van een kerkelijke inzegening kon helaas geen sprake zijn omdat wij beide niet katholiek zijn, maar de ceremonie zal er niet minder om zijn. als wij de pastoor mogen geloven dan staat hij, de kerk en het koor volledig tot onze beschikking om het tot een onvergetelijke ervaring te maken.
De gedachte hier achter is dat een huwelijk door de kerk voltrokken nimmer meer ontbonden kan worden, en daar doen we het tenslotte voor!!
Ook voor de geinterreseerde hier weer een les in geschiedenis.
Hartebrug Kerk....
Pastoor Goffers maakte in 1830 nog altijd gebruik van een schuilkerk op de hoek van de Haarlemmerstraat en de Kuipersteeg. Om meer gelovigen te kunnen ontvangen, zocht hij in de buurt een plaats om een nieuwe kerk te bouwen. Zijn oog viel op een pand op de hoek van de Haarlemmerstraat en de Mare. Omdat dit pand eigendom was van een protestant, die het niet voor de bouw van een katholieke kerk wenste te verkopen, gebruikte Goffers een stroman voor de onderhandelingen.
Toen zich toch het gerucht van zijn plannen verspreidde, stuurde hij gauw wat timmerlieden naar zijn schuilkelder om de schijn op te houden dat hij aan het verbouwen was en in de verste verte niet piekerde over nieuwbouw. De list had succes, de koop werd in 1835 gesloten. Een jaar later stond de kerk er naar ontwerp van Th. Molkenboer.
Eind vorige eeuw werd de toren vervangen door een eenvoudig exemplaar. De spreuk in gouden letters op de voorgevel luidt "Hic Domus Dei est et Porta Coeli", dit is het huis van God en de poort des hemels. Daarom wordt in de volksmond wel gesproken van de 'Koeliekerk'. De Hartebrugkerk heeft een portiek met Ionische zuilen, bekroond met een driehoekig fronton met alziend oog. Het interieur is net als de voorgevel grotendeels in classicistische stijl uitgevoerd. Daarnaast toont het plafond barokke kenmerken. Het orgel uit 1877 wordt door kenners geprezen.